Salicetum

Afbeelding invoegen

In dit arboretum staan 10 wilgensoorten waaronder de snijwijmen en de boom Grauwe wilg (Salix cinerea)
Wilgen voelen zich vooral thuis in waterrijke gebieden. Het Scheldeland is dus een typische groeiplaats.
Wilgen hebben, doch vooral hadden, veel toepassingen : hout voor klompen, brandhout, vlechtmateriaal voor dijken, gevlochten en bestreken met leem voor wanden en woningen… Een speciaal gebruik van wilgen zijn de grienden of de wijmenteelt in het Scheldeland van Klein-Brabant tot aan de opkomst van de kunststoffen zeer belangrijk, en dit zowel buiten- als binnendijks.
De mandenmakerij ontstond door de teloorgang van de vlasteelt en de daaraan gekoppelde lakenmakerij. Sommige ondernemers specialiseerden zich in het destilleren van salicyl uit wilgenschors (vooral van de bitterwilg), samen met acetyl de basisproducten voor het aspirierentje (acetylsalicylzuur).
Vooral gekend zijn knotwilgen, gebruikt als afscheiding tussen percelen, voor ontwatering an als leverancier van geriefhout. De meeste soorten kunnen geknot worden, dit wil zeggen dat de stam op ongeveer 3 m hoogte wordt doorgezaagd waarna verschillende loten ontstaan. Het knotten gebeurt echter om allerlei redenen steeds minder. En dat is spijtig want zo gaan ook natuurwaarden verloren. Immers vele planten, zwammen, insecten, vogels en zoogdieren vonden er een thuis.
Schietwilg, kraakwilg en katwilg zijn de belangrijkste soorten. Meer info klik hier